Lang geleden, in de vlakke akkers en diepe heiden van de Kempen, was er een gerucht. Geen gewoon gerucht…… Geen verhaal dat je aan tafel vertelt bij het avondeten……. Dit was het soort fluistering dat mensen deden met hun ogen wijd open en de deur op slot.
Ze noemden hen……de Bokkenrijders.
Ze kwamen uit deze streek. Gewone mensen overdag. Boeren. Knechten. Mannen die je kende van de markt, van de kerk, van het pad langs de akkers. Maar als de nacht inviel, verdwenen ze…… En ergens, ver van de bebouwde wereld, kwamen ze samen. Met maskers. Met fakkels. En met geiten, zwarte geiten, die ze bereden alsof het paarden waren. Ze vlogen, zeiden de mensen. Over de velden. Over de daken. Onzichtbaar in het donker, hoorbaar als je heel stil was.
En in de ochtend lag er roet op de vensterbank……Zwart als de ziel van wie ze dienden.
Wat ze deden op die nachten, weet niemand precies…… Er zijn verhalen. Over boerderijen die leeggeroofd werden terwijl iedereen sliep. Over mensen die verdwenen. Over kinderen die de volgende ochtend iets hadden gezien wat ze nooit meer konden beschrijven…..
Uiteindelijk werden ze gepakt. Hier, in de Kempen, niet ver van deze plek.
Maar er is iets wat de geschiedenisboeken er niet bij vertellen.
Ze werden gepakt. Maar niet allemaal.
Een deel verdween gewoon. Loste op in de nacht, in de akkers, in de streek waar ze altijd al vandaan kwamen. En er zijn mensen, oudere mensen, mensen die hier al hun hele leven wonen, die zeggen dat je ze soms nog hoort. Niet elk jaar. Niet elke nacht. Maar op bepaalde nachten in juli. Nachten waarop de maan net voorbij haar hoogtepunt is. Nachten…… zoals vanavond.
Kijk maar omhoog.
De maan was gisternacht vol. Compleet. Rond als een gezicht dat niets mist. Vanavond is hij er nog. Een fractie kleiner. Maar genoeg om schaduwen te maken op de akkers. Genoeg om gezichten te zien in iets wat eigenlijk niets is.
Want dit gebied heeft een naam die geen enkele kaart meer weergeeft. Ze hebben het verbannen. De mensen hier noemden het vroeger……het Zwarte Veld. Omdat er dingen groeiden die niet in de zon stonden. Omdat er dingen leefden die geen namen hadden.
Ze zijn hier ooit geweest, de Bokkenrijders. Ze hebben hier een pact gesloten. Met wie? Met diegenen die 's nachts buiten kwamen. Met mensen die dachten dat niemand hen zag.
Er is een verhaal……en dat verhaal begint precies op een avond als deze. Wanneer de maan net over haar hoogtepunt is in juli…..
Het was een jongen van twaalf jaar. Zijn naam was Gerrit. Gerrit Verhagen, uit Diessen. Slim. Brutaal. Het soort jongen dat zegt: ik geloof nergens in.
Op een avond in juli liep Gerrit over de akkers. Te laat. Alleen. Zijn vrienden waren allang naar huis. Hij niet. Hij was niet bang.
Halverwege het pad bleef hij ineens staan. Zijn hart bonsde in zijn keel. Zijn ademhaling versnelde. Zijn voeten stopten gewoon…… ineens…. Alsof de grond hem vasthield.
Hij hoorde het eerst niet. Alleen de wind over het land. Maar toen…. heel dichtbij, ergens in het donker naast het pad…. hoorde hij iets bewegen. Iets groots. Iets dat hem volgde.
Hij draaide zich om. Niets. Alleen het donker. Alleen de geur van aarde en iets anders. Iets wat brandde. Iets wat rook.
En toen zag hij ze.
Gerrit rende. Hij rende zoals hij nog nooit had gerend. Hij rende en struikelde en stond op en rende. En achter hem hoorde hij ze dichterbij komen. Het geratel van hoeven. Het gefluit van de wind om zwarte jassen. De geur van rook en as.
En één stem, heel duidelijk, heel dichtbij:
— Blijf staan, jongen……We zijn er al.
Gerrit haalde het dorp. Ternauwernood. Hij stormde zijn huis in, gooide de deur op slot en kroop onder zijn deken. Zijn moeder dacht dat hij ziek was geworden. Zijn vader zei niets.
Want zijn vader wist iets…...
De volgende ochtend was Gerrit er nog. En de ochtend daarna. Maar wie hem kende, zei dat er iets veranderd was. Dat hij anders keek. Dat hij 's avonds nooit meer buiten kwam. Dat hij, als iemand vroeg wat er gebeurd was, alleen zijn hoofd schudde.
Jullie lopen straks datzelfde pad.
Blijf bij de groep. Loop door als je iets hoort. Kijk niet te lang ergens naar. En als iemand je iets aanbiedt vanavond, wat dan ook, sla het af.
Altijd afslaan.
Veel plezier.